U bevindt zich hier: Het Baken » Anti Pestprotocol

Pestprotocol CBS Het Baken:

De volledige versie is te lezen op: https://kanvas.kanjertraining.nl/index.cfm?sub=kanvas&type=Materiaal&c=File of onze eigen site (?) www.cbshetbaken.nl

Plagen of pesten?

Wanneer is er nu sprake van plagen en wanneer is er sprake van pestgedrag? Het is belangrijk om het verschil duidelijk te hebben, ook voor de kinderen zelf. Het meest eenvoudig onderscheid is dit:Plagen gebeurt in het zicht van de leerkrachten.Pesten gebeurt achter de rug van leerkrachten. Daarom weet een leerkracht zelden uit zichzelf wat er zich precies afspeelt tussen de kinderen onderling. De leerkracht moet hierover worden geïnformeerd door de leerlingen zelf.

Definitie van pesten: Een kind wordt gepest wanneer het herhaaldelijk last heeft van negatieve acties van een ander (fysiek, verbaal of psychologisch, direct of via internet of mobiel) die op hem of haar zijn gericht, en waarbij de macht ongelijk is verdeeld.Pesten gebeurt per definitie achter de rug van degene die kan ingrijpen, zoals een vader/moeder, juf of meester. Dat betekent dat er goed moet worden samengewerkt tussen school en ouders enerzijds en dat kinderen moet worden geleerd hoe zij kunnen aangeven dat zij zich gepest voelen, of merken dat er in hun omgeving wordt gepest.

De school streeft een positieve, opbouwende sfeer na en doet dat binnen de kaders van de wet enerzijds en binnen het kader van de Kanjerafspraken anderzijds.Als een conflict zich tussen kinderen afspeelt dan zal de school kiezen voor een oplossingsgerichte aanpak. Dat wil zeggen: de school zoekt een oplossing die alle partijen (zo veel mogelijk) recht doet, en borgt gemaakte afspraken. Een oplossingsgerichte aanpak is te onderscheiden van een wraak- en haatgerichte aanpak (vormen van bedreiging en kwaadsprekerijen) of een zeurgerichte aanpak (indirecte kwaadsprekerijen en slachtofferschap). Kortom: doe elkaar recht.

Preventie

Met behulp van de Kanjerlessen doet de school aan preventie. Kernpunten in de aanpak:

De Kanjerafspraken: denk goed over jezelf en de ander, pieker niet in je uppie, maar deel je zorgen met de ander, bij voorkeur met je ouders, denk oplossingsgericht, geef op een nette manier je mening en doe je voordeel met kritiek die je krijgt, de school maakt onderscheid tussen onvermogen en onwil, is er sprake van onvermogen, dan mag deze leerling erop vertrouwen dat hiermee rekening wordt gehouden. Deze leerling heeft veel te leren in een moeizaam proces. De omgeving heeft daar begrip voor, is er sprake van onwil, dan krijgt deze leerling een grens gesteld, ook als dat samengaat met onvermogen. Bij onwil kan geen beroep meer worden gedaan op begrip vanuit de omgeving. Die rek is eruit. Het kan namelijk niet zo zijn dat de omgeving overal rekening mee moet houden, en dat het onwillige kind om wat voor reden dan ook "de eigen gang" mag gaan, hulp in de vorm van een maatje/buddy/tutor (bemiddeling), duidelijk schoolbeleid en handhaving ervan.

Wat mag u verwachten van de leerkrachten op school?

1. Voorbeeldgedrag

2. Correcte reactie van de leerkracht op excuus van kinderen voor hun wangedrag.

3. Correct antwoord van de leerkracht op misdragingen van ouders

Wat wordt van u als ouder verwacht?

1. U oefent zich in zelfbeheersing

2. U spreekt in positieve zin over andermans opvoeding en andermans kind

3. Als u zich zorgen maakt om het welzijn van uw kind, of het welzijn van andermans kind, dan overlegt u met de school

4. Als ouder kent u het verschil tussen overleg waarin zorg wordt gedeeld/een oplossing wordt gezocht, en kwaadsprekerij/achterklap

5. U onthoudt zich van kwaadsprekerijen op internet

In de praktijk:

A. Kinderen die handelen uit onvermogen, zijn goed te corrigeren als hun ouders goed samenwerken met de leerkrachten

B. Kinderen die handelen uit onvermogen zijn moeilijk te corrigeren als hun ouders dat onvermogen als excuus voor vertoond wangedrag gebruiken

C. Kinderen die zich willen misdragen zijn snel te corrigeren (omdat er geen onvermogen meespeelt) als ouders op dezelfde lijn zitten als de school

D. Kinderen die zich willen misdragen, zijn niet te corrigeren als ouders het een probleem van school vinden. "Val ons niet lastig met gezeur over ons kind. Ons kind mag zijn zoals het is!

Tips voor ouders:

1. Ook mijn kind kan doen als de zwarte, rode of gele pet. Ook mijn kind kan pesten

2. Ook mijn kind kan worden gepest

3. Ik neem het probleem serieus

4. Ik raak niet in paniek

5. Ik straf niet fysiek en ga niet "uit mijn dak" als ik hoor dat mijn kind vaak doet als de zwarte pet

6. Ik probeer er achter te komen wat mogelijke oorzaken kunnen zijn van het gedrag van mijn kind

7. Ik vraag mij af: Voelt mijn kind zich veilig thuis? Voelt mijn kind zich veilig op school? Pest mijn kind uit stoerheid of uit gewoonte? Pest mijn kind omdat het denkt dat het zo hoort? Pest mijn kind omdat het bij de groep wil horen? Welke t.v.-programma’s kijkt mijn kind allemaal? Wat doet mijn kind allemaal op internet? Weet mijn kind wel wat het doet, wat het aanricht?

8. Ik besteed extra aandacht aan mijn kind

9. Ik corrigeer agressieve buien

10. Ik stimuleer mijn kind om aan sport te doen of bij een club te gaan

11. Ik overleg met de school, ik ga niet zelf ingrijpen

12. Ik bied hulp aan mijn kind

13. Ik lees boeken over pesten en/ of vraag informatie op

14. Ik schakel eventueel een expert in als ik dat nodig vind of als de school dat aangeeft

15. Beheers u op social media. Een behoorlijk aantal ouders is van mening alles te mogen twitteren en te Whatsappen over leerkrachten, klasgenoten en andere ouders met alle gevolgen van dien

16. Ook op social media gelden normale sociale gedragscodes

Tips voor de kinderen:

1. Spreek met respect over je ouders. Uiteindelijk bepalen jouw ouders wat wel en niet kan. 2. Spreek met respect over je school. Uiteindelijk bepalen de leerkrachten wat wel en niet kan op school.

3. Spreek met respect over je klasgenoten. Beheers jezelf. Blijf fatsoenlijk. Daar kom je het verst mee. Je juf/meester is hiervoor het aanspreekpunt als dit moeilijk voor je is.

4. Spreek met respect over jezelf. Ook jij mag er zijn. Als je daaraan twijfelt, spreek dan met je ouders en/of je juf/meester.

5. Beheers je op social media. Gedraag je.

6. Wil ik stoer zijn? Dan ga ik op vechtsport.

7. Wil ik de baas spelen? Ik vraag een hond.

8. Verveel ik me? Dan verzin ik zelf een leuk plan. Ouders en leerkrachten zijn geen wandelende Efteling.

9. Pest ik omdat ik bang ben zelf gepest te worden? … Dan stop ik daarmee!

Grensstellend:

De school heeft als uitgangspunt dat kinderen zich niet willen misdragen. Maar het kan misgaan. Dat is niet erg. Het zijn leermomenten. "Hoe ga je het de volgende keer doen! Hoe herstel je de emotionele en/of materiële schade. Kunnen we op deze manier weer verder met elkaar?"

Wangedrag kan zich op verschillende manier manifesteren:

Verbaal: vernederen, schelden, bedreigen, belachelijk maken, bijnamen geven, roddelen, briefjes rondsturen, bedreigen op internet, buitensluiten.

Fysiek: schoppen, knijpen, slaan, spugen, krabben, bijten, trekken, laten struikelen. Materieel: stelen, onderkladden, verstoppen van kleding en/of spullen, spullen kapotmaken van een medeleerling of van school, fietsbanden lekprikken. Het doet zich een enkele keer voor dat een leerling zich wenst te misdragen en/of vindt daartoe het recht te hebben. "Ik zit er niet mee. Het is niet mijn probleem! Nou en.., moet ik weten. Ik doe het de volgende keer weer." In dat geval wordt terplekke contact opgenomen met de ouder.